Vande Lanotte cijfert inflatieprobleem (iets te snel) weg

8 december 2012

België is zijn strijd tegen het inflatiespook aan het winnen, zo suggereert sp.a-vicepremier en federaal minister van Economie Johan Vande Lanotte op basis van recente cijfers. Maar er wordt beter niet te vroeg victorie gekraaid.

De woordvoerster van minister Vande Lanotte bezorgde gisteren een tabel aan de redactie waarin de Belgische inflatiecijfers sinds eind 2011 vergeleken worden met die van onze buurlanden Duitsland, Nederland en Frankrijk. Daaruit blijkt dat onze gezondheidsindex in oktober voor het eerst sinds mensenheugnis onder de gemiddelde inflatie van de drie buren duikt. De afgelopen jaren lag de Belgische inflatie steeds boven het peil van de drie buurlanden. Dat verzwakte onze concurrentiepositie omdat die inflatie via de loonindex doorgerekend werd in de lonen, wat de inflatie verder omhoog joeg. Maar in oktober is die ban gebroken. De Belgische gezondheidsindex steeg toen jaar op jaar met 2,49 procent. Daarmee belandden we nipt onder de gemiddelde inflatie (2,50 procent) van de drie buren. In december vorig jaar steeg onze gezondheidsindex nog 0,73 procentpunt meer dan het gemiddelde van de drie, merkt de woordvoerster van de minister op. Ze wijst ook nog op het erg lage Belgische cijfer voor november: 2,17 procent. Voor de andere landen zijn er nog geen cijfers. Reden tot blijdschap dus. Al lijkt het er toch op dat we het best niet te vroeg juichen. Om minstens drie redenen. Ten eerste lag onze inflatie met 2,6 procent nog altijd hoger dan het gemiddelde van de buren. Het sprongetje naar de gezondheidsindex kan verantwoord worden vanuit het argument dat die de loonevolutie bepaalt. Maar dan moet men er aan toevoegen dat er in de andere landen helemaal geen indexkoppeling bestaat. Belangrijker is de vaststelling dat de 'goede' Belgische score in oktober enkel verklaard wordt door een opstoot van de inflatie in Nederland. Die is het gevolg van de verhoging van het btw-tarief van 19 naar 21 procent. Maar de prijzen stegen in ons land nog altijd beduidend sneller dan in Frankrijk en Duitsland. Ten slotte gebruikt de minister een 'gewoon' gemiddelde van de cijfers van de buren om zijn gelijk te halen. Als het om de concurrentiepositie van onze economie gaat, is het correcter om een 'gewogen' gemiddelde te hanteren dat rekening houdt met het economische gewicht van de drie buurlanden. De evolutie in Duitsland is voor ons nu eenmaal belangrijker dan die in Nederland. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) werkt dan ook met zo'n gewogen gemiddelde voor de berekening van de loonnorm. Als we de CRB-weging gebruiken, bedraagt het inflatiegemiddelde van de buren voor oktober geen 2,5 maar 2,24 procent. Nog altijd een kwart procentpunt onder onze gezondheidsindex. Conclusie: de Belgische inflatiepatiënt is iets minder ziek, want het verschil met de buurlanden is kleiner geworden. Maar hij kan zeker nog niet genezen verklaard worden.

De Tijd – 8 december 2012

terug