Raak niet aan de index en zwijg er liever over

20 april 2012

Alleen al praten over een aanpassing van de index brengt onze economie schade toe

In de middeleeuwen waren aderlatingen schering en inslag. Het werd algemeen aanvaard dat het laten wegstromen van bloed het evenwicht bij de zieke zou herstellen en genezen. Gelukkig leven we niet meer in de tijd van dergelijke kromme redeneringen. Niettemin gaan er de laatste tijd veel stemmen op om eenzelfde onlogische behandeling op onze economie toe te passen. Er gaat geen dag voorbij zonder dat de ene of de andere pleit voor de aanpassing of zelfs de afschaffing van de index. Maar willen zij die index echt afschaffen? De voorstellen viseren hoofdzakelijk de aanpassing van het mechanisme. Maar zo'n aanpassing betekent raken aan de koopkracht - de motor van onze economie. Waar is dus de logica? Het debat over de aanpassing alleen al maakt de bevolking wantrouwig. Laat ons daarom duidelijk zijn: een verandering van het indexeringsmechanisme zal sowieso negatieve gevolgen hebben voor de koopkracht van zowel de werknemers als de gepensioneerden, de mindervaliden... De angst en onzekerheid zullen een negatieve impact hebben op het consumptiegedrag. En dat terwijl de consument nu al zijn vertrouwen verliest: de btw-inkomsten zijn de laatste twee maanden met 9 procent gedaald, de vastgoedmarkt slabakt, de reisoperatoren zien een terugval in hun boekingen. Het zullen de handelaars en bedrijfsleiders zijn die als eerste slachtoffer worden van een verdere daling van het vertrouwen van de bevolking. Aan de indexering raken zal de binnenlandse vraag verzwakken, in de eerste plaats in de horeca, de bouw en de kleinhandel. Deze hele oefening werkt zelfs contraproductief. De inwoners van de landen in het Zuiden likken nu al de wonden van deze besparingspolitiek. Maatregelen zoals de verlaging van ambtenarenlonen, pensioenen en sociale uitkeringen, het opdrijven van de arbeidsduur of de vermindering van het aantal verlofdagen hebben niet enkel de welvaart aangetast maar ook armoede gecreëerd. Het is een politieke weg die geen antwoord biedt op de recessie. Deze analyse wordt over alle grenzen heen gedeeld: het IMF, Nobelprijswinnaar Paul Krugman, de Financial Times, de Internationale Arbeidsorganisatie, met uitzondering van Angela Merkel. Sommigen gaan er blijkbaar van uit dat het concurrentievermogen van onze bedrijven uitsluitend bepaald wordt door de loonkosten. Het salaris is nochtans niet de doorslaggevende factor voor onze productiekosten: in tegenstelling tot onze buurlanden betalen wij veel meer voor onze energie en primaire grondstoffen. De studies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de Nationale Bank van België (NBB) bevestigen die vaststelling: het aandeel van de loonkosten binnen de totale productiekosten wordt alsmaar minder. In de exportsector, zoals de verwerkende nijverheid, is dit aandeel in de laatste 20 jaar van 25 naar 15 procent gegaan. De productiviteit van de Belgische werknemers per uur overtreft zelfs die van onze buurlanden met 6,29 procent (Eurostat 2010). Om ons concurrentievermogen te verbeteren, moeten we in de eerste plaats inzetten op innovatie. Volgens een gezamenlijk rapport van de CRB, het Planbureau en de Nationale Bank daterend van 2011, investeerde België amper 1,96 procent van zijn bbp in onderzoek en ontwikkeling, terwijl het Europese gemiddelde 2,47 procent bedroeg. De cijfers voor de patentaanvragen bewijzen dit: er zijn in België gemiddeld 142 aanvragen per miljoen inwoners. In Duitsland zijn dat er met 299 aanvragen dubbel zoveel. We moeten ook inzetten op de professionele vorming: wij besteden 1,02 procent van de loonmassa aan beroepsopleidingen, terwijl dat 1,09 procent zou moeten bedragen. Het Duitse model wordt vaak aangehaald als hét voorbeeld voor werkgelegenheid. Welnu, juist dat model vormt een probleem. Zelfs de architect ervan, Gerhard Schröder, erkende deze week dat de opeenvolgende reeks hervormingen op zijn limieten is gebotst. Denken we maar aan de 1,3 miljoen 'working poor' in Duitsland. Als alle Europese landen het Duitse voorbeeld zouden volgen, zou de interne vraag binnen de eurozone sterk dalen, met alle catastrofale gevolgen voor de economische groei vandien. Die strategie is enkel werkbaar indien ze geïsoleerd wordt toegepast. Ondertussen verdringen de voorstellen om het indexmechanisme aan te passen elkaar. Sommigen stellen voor om de veelbesproken korf met goederen te herzien. Dat is iets wat nu al gebeurt: om de twee jaar voor de lijst met producten, om de acht jaar voor de wegingsfactor. De regelmaat van herziening opdrijven? Waarom niet, dat is voor ons bespreekbaar. Maar als de doelstelling is om de energiekosten uit de korf te halen, dan zal dat zonder de PS zijn! Anderen willen de indexering enkel toepassen op de lage en middelhoge lonen omdat de zogenaamde 'rijken' de automatische indexering niet nodig hebben. Ze voeren een verkeerde discussie. Enkel de belasting op het geheel van de vermogens is de garantie voor echte sociale rechtvaardigheid. Wij socialisten zijn ook voor het verbeteren van de concurrentiekracht, maar niet tegen elke prijs. Niet als het een aderlating teweegbrengt bij de werknemers. Laurette Onkelinx (PS) is vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

Laurette Onkelinx

De Morgen – 20 april 2012

terug