De index – of hoe zichzelf in de voet te schieten

25 februari 2013

Ieder jaar publiceert de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) een ‘loonrapport’ waarin ze de laatste evoluties op vlak van loonvorming bespreekt. Dit jaar had de IAO speciale aandacht voor de evolutie van reële lonen in verschillende landen. De reële stijging van een loon is dat deel van je loonsverhoging dat overblijft na aftrek van de inflatie. De IAO merkt op dat de reële loonsstijgingen steeds meer achteroplopen op de productiviteitsstijgingen van de economie, ook in België. Met andere woorden: onze economie produceert steeds meer, maar de vruchten (de winsten) van die productie worden steeds onevenwichtiger verdeeld tussen kapitaal en arbeid.

Groeiende inkomensongelijkheid

Die evolutie heeft ongunstige gevolgen. De IAO stelt vast dat in vele landen het beidsaandeel in het nationaal inkomen daalde, waardoor het consumptieniveau werd aangetast en de inkomensongelijkheid peilsnel steeg. De groeiende inkomensongelijkheid speelde op haar beurt een cruciale rol in het ontstaan van de economische crisis. België kampt ook met een dergelijk effect, maar slechts in beperkte mate. Door de automatische indexatie van de lonen hebben de reële lonen – in vergelijkingmet onze buurlanden – slechts in beperkte mate de rol moeten lossen met de productiviteitsstijgingen (zie p.12 van de brochure Sociaal-economische barometer 2013). Onze automatische stabilisatoren, met als belangrijkste component de automatische indexering, hebben ervoor gezorgd dat onze binnenlandse vraag heeft standgehouden tijdens de crisis. Bovendien is – volgens de OESO – onze inkomensongelijkheid de voorbije 25 jaar slechts in beperkte mate toegenomen. Of we dat een grote prestatie kunnen noemen, is nog maar de vraag. Zou het omgekeerde niet waar moeten zijn?

Indexmanipulatie

De Federale regering is er ondertussen, onder druk vanuit Europa, van overtuigd geraakt dat het systeem van automatische indexering ons enkel opzadelt met te hoge loonkosten. De ‘competitiviteit’ van de bedrijven zou onherroepelijk worden aangetast. De regering heeft daarop in de afgelopen maanden eenzijdig ingegrepen door naast een loonstop af te kondigen, ook een hervorming van de indexkorf door te voeren. Een aanpassing in de berekeningswijze van verschillende producten, zonder inhoudelijke consultatie van de sociale partners, remt nu de automatische indexatie af. Door de solden in rekening te nemen en een nieuwe berekeningsmethode voor de huisbrandolie toe te passen, zal een gemiddelde werknemer in eerste instantie bruto 90 euro per jaar verliezen, ongeveer 0,25% van het jaarlijks loon. Volgens de regering gaat de hervorming van de indexkorf niet ver genoeg. Door de berekening van het indexcijfer voor gas en elektriciteit aan te passen, wil ze de inflatie nog verder afremmen. In welke mate het nieuwe indexcijfer nog representatief blijft voor het prijsverloop van de reële gezinsuitgaven is een vraag die onbeantwoord blijft.

Race to the bottom

Er is echter, naast het probleem van de representativiteit, ook een macroeconomisch probleem. Snijden in de lonen tijdens een economische recessie is waanzin. De binnenlandse consumptie die verloren gaat door een verlaging van de lonen, zou in principe gecompenseerd moeten worden met groeiende export, anders krimpt je economie. Wanneer echter in gans Europa een dergelijk beleid gevoerd wordt, boek je geen millimeter aan competiviteitswinst.

Het leidt enkel tot een ‘race to the bottom’ in lonen en arbeidsomstandigheden. De situatie in landen als Spanje, Griekenland of  Portugal bewijst dit, evenals het loonrapport van de IAO. Het feit dat de Belgische regering zich in dit verhaal inschrijft, getuigt zowel van een gebrek aan een economische als sociale langetermijnvisie. Het ABVV zal het belang van binnenlandse koopkracht blijven bepleiten en de rol die de index hierin speelt, blijven verdedigen.

Echo-ABVV – 25 februari 2013

terug