Het gevaar van de nieuwe index

30 april 2013

Iedereen in de regering is het erover eens dat de loonkosten in vergelijking met onze handelspartners aan het ontsporen zijn, maar drastische maatregelen liggen altijd wel voor iemands achterban gevoelig. Als compromis hebben ze dan maar besloten om het overgewicht te bestrijden door de weegschaal aan te passen. De concurrentiehandicap wordt nu aangepakt door te sleutelen aan de index.

Voortaan zou de index beter moeten aansluiten bij het echte koopgedrag van gezinnen. Indien er bijvoorbeeld meer in de koopjesperiode wordt gekocht, dan wordt daar nu rekening mee gehouden. In een volgende stap is het de bedoeling om het koopgedrag van de consument maandelijks te registreren, zodat er met de effectief betaalde prijs rekening gehouden kan worden. Indien de consument in de supermarkt bijvoorbeeld een goedkoper huismerk koopt in plaats van zijn gebruikelijke merkproduct, dan wordt die lagere prijs gebruikt voor de berekening van de index.

Beide aanpassingen zouden samen al snel een neerwaarts effect op de index moeten hebben van ruim een half procent. De doelstelling is bijgevolg bereikt zonder dat er iemand gezichtsverlies moet lijden. Door het negatieve effect op de index, stijgen de lonen immers ook minder, waardoor de concurrentiehandicap terugloopt. Applaus op de banken van de werkgevers. Zij juichen de aanpassingen toe. Niemand kan er tegen zijn om de index zo goed mogelijk te laten aansluiten bij het werkelijke koopgedrag van de gezinnen, toch?

Het nieuwe systeem zal echter als een boemerang in het gezicht van de regering en werkgevers terugkeren. Door de aanpassingen stapt men af van het begrip koopkracht - de enige bestaansreden van de index - en vervangt men het door iets wat op hol kan slagen. De koopkracht in stand houden betekent dat een consument voor en na een stijging van de prijzen exact dezelfde korf goederen zou moeten kunnen kopen: dezelfde fles wijn, jeans, citytrip, yoghurt, enzovoort. In het nieuwe systeem gooit men dit uitgangspunt echter overboord omdat de samenstelling van de goederenkorf constant zal wijzigen, wat zal resulteren in allerlei nare bijwerkingen.

Dat is precies hetgeen vandaag al aan het gebeuren is. Door de crisis houden de consumenten de vinger op de knip. Ze schakelen over naar goedkopere huismerken en kopen meer in de solden. Het perverse van het nieuwe systeem is dat dit koopgedrag zelf een negatieve impact op de index heeft, waardoor de lonen ook minder zullen stijgen en we in een negatieve spiraal terechtkomen. Door het negatieve effect op de lonen, daalt immers de koopkracht, waardoor gezinnen nog meer zullen overschakelen op goedkopere producten, de index en bijgevolg de lonen verder zullen dalen, enzovoort.

De werkgevers en regering zien dit misschien graag gebeuren omdat dat op korte termijn de concurrentiekracht doet verbeteren, maar exact het tegenovergestelde zal gebeuren als de economie aantrekt en er meer vertrouwen is. Consumenten zullen overschakelen naar duurdere producten en meer buiten de koopjesperiode winkelen, waardoor de index spontaan zal stijgen zonder dat de producten zelf duurder zijn geworden. De lonen zullen vervolgens geïndexeerd worden, waardoor de koopkracht effectief toeneemt en er nog meer duurdere producten zullen gekocht worden.

Daar zal het natuurlijk niet bij blijven. De bedrijven zullen de hogere lonen doorrekenen in hun prijzen, waardoor de index nog verder de hoogte ingaat en er nog meer olie op het vuur gegooid wordt. Je krijgt bijgevolg een spontane ontsporing van de lonen louter omdat de economie aantrekt. Indien het effect van de aanpassing op de index al een half procent is, nog voor er een spiraal op gang komt, dan zouden de uiteindelijke gevolgen wel eens aanzienlijk kunnen zijn. Benieuwd of de werkgevers het nieuwe systeem dan nog zullen toejuichen. Hun enthousiasme is dan ook zeer kortzichtig.

Misschien moeten de vakbonden het lot een handje toesteken door in hun 1 mei-speeches op te roepen om allemaal samen duurdere producten te kopen. Indien we allemaal ons weekendje Amsterdam inwisselen voor een trip naar New York, de duurste whisky en de hipste jeans kopen, dan krijgen we dit met de aanpassingen van de index via een hoger loon gewoon integraal terugbetaald door onze werkgever. Heeft dit iets met koopkracht te maken? Absoluut niet. Koopkracht en effectieve consumptie zijn twee verschillende zaken. Laten we deze ondoordachte aanpassing dus maar beter zo snel mogelijk afvoeren, voordat er een infernale spiraal op gang komt , en eens ernstig nadenken over onze index en ons competitiviteitsprobleem.

De Standaard – 30 april 2013

terug