Creatief met de index

1 januari 2013

Met de regelmaat van de klok wordt de index aangevallen door liberaal geïnspireerde politici en door werkgevers(organisaties). Als stok gebruiken ze meestal de redenering dat het de index is die de loonkosten te snel doet stijgen en zo de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven in het gedrang brengt. Een redenering die enigszins mank loopt aangezien recent cijfers aantonen dat België nog nooit zoveel exporteerde als het laatste decennium. Hoe valt dat te rijmen met onze ‘slechte concurrentiepositie’?

Omdat critici van de index ondertussen begrepen hebben dat het een ‘heilig huisje’ is dat niet zomaar af te breken valt, doen ze daarom verwoede pogingen om het leeg te halen. De index mag blijven bestaan, zolang die maar geen effect heeft. Een greep uit de ‘creatieve’ voorstellen.

Pieter Timmermans – bestuurder-directeur-generaal van het VBO (Verbond Belgische Ondernemingen) en dus eigenlijk syndicaal leider van de werkgevers – stelt voor om de index te laten rekening houden met de inflatie, maar dan wel losgekoppeld van diezelfde inflatie. Menig burger zal zich afvragen hoe je kan rekening houden met iets terwijl het er tegelijk van losgekoppeld is. Heel eenvoudig volgens Timmermans: je voorspelt de inflatie en die factor bepaalt dan mee hoe hoog de lonen mogen stijgen de komende twee jaar. Het is duidelijk dat Timmermans hoopt dat de voorspelde inflatie lager uitpakt dan de werkelijke inflatie. Werkgevers zullen dan immers minder loon moeten betalen dan met het huidige loonindexeringssysteem. De werknemer is er dan wel de dupe van, doch dit volledig terzijde.

De Nationale Bank van België heeft een andere manier gevonden om de index uit te hollen. Ze haalt stookolie, gas , elektriciteit en eventueel bepaalde levensmiddelen uit de indexkorf. Kortom, de voornaamste factoren die de spilindex doen overschrijden. En daarmee zou dan het probleem van stijgende loonkosten opgelost zijn: in plaats van prijsstijgen te voorkomen, haal je gewoon de producten waarvan de prijzen stijgen uit de index. Daardoor kunnen die geen invloed meer hebben op de loonkost. Geniaal, niet?

Opmerkelijk was ook de demarche van oud-premier Jean-Luc Dehaene, in een ver verleden nog een ACW-er. Een verleden dat hij zelf liefst lijkt te vergeten, gezien zijn aanwezigheid in enkele zeer lucratieve beheersraden, bv. het bijna ter ziele gegane Dexia en het nog steeds florerende Inbev, die hem in korte tijd miljoenen euro’s hebben opgeleverd. Conflicten met het mandaat van europarlementslid dat hij ondertussen bekleedt, zijn er blijkbaar niet. Dehaene twijfelt geen moment: een indexsprong dat hebben we nodig en liefst twee ervan! Een beproefd traject, dat hij al eerder bewandelde tijdens zijn premierschap in de jaren ’90. Dat de PVDA berekende dat verschillende indexsprongen tijdens de laatste 30 jaar de Belg reeds 80.000 euro hebben gekost aan loonverlies, legt hij graag naast zich neer. Is dat dan wat Dehaene, wiens partij CD&V pretendeert op te komen voor de belangen van de gewone man, voor ogen heeft? Dehaene zelf zal er wellicht geen boterham minder om eten, maar de kleine man kan maar beter op zoek naar een andere patroonheilige.

Of wat te denken van volgende strategie om de index onderuit te halen: niet raken aan de index, maar wel de lasten op arbeid verschuiven naar belastingen op vervuiling. De index blijft zo behouden, de concurrentiepositie wordt niet aangetast door de stijgende loonkost (want gecompenseerd door lagere lasten op arbeid) en het milieu gaat er ook op vooruit. De hogere belasting op milieuvervuiling zal mensen immers aanzetten om ‘groener’ te gaan leven. Een win-win voor iedereen, toch? Maar wacht eens: wie woont er in slecht geïsoleerde huizen en wie rijdt er met een aftandse en dus vervuilende auto? Laat dat nu net de minder begoede burger zijn. Die zal dan niet enkel opdraaien voor zijn eigen indexering, maar ook voor die van de toplonen. En de ontvangers van die laatste kunnen het zich natuurlijk wel veroorloven te wonen in een passiefhuis en rond te rijden met een hybride wagen.

Er moet toch een oplossing zijn om te voorkomen dat de index de pan uit swingt, zonder dat de koopkracht van de werknemers al te zeer aangetast wordt? Onderzoek van de index leert dat ook huurprijzen daarin opgenomen worden. Die worden na het overschrijden van de spilindex door de verhuurder meestal mee geïndexeerd. Daardoor verliest de huurder een deel van zijn net teruggewonnen koopkracht in de betaling van de huur aan de verhuurder. Bovendien verhoogt zo telkens één van de factoren die de index beïnvloeden, waardoor een volgende overschrijding nadert. De huurprijs stijgt door de index, maar dit is niet het geval voor de hypothecaire lening van een verhuurder die een aangekochte woning afbetaalt met de huurgelden van een huurder. De aflossing van de lening blijft dus stabiel, terwijl de huurprijs gestaag stijgt. Een einde maken aan de indexering van de huurprijs zou dus de koopkracht van de huurder verhogen, waardoor die meer kan consumeren, wat goed is voor de economische groei. Bovendien komt er zo een einde aan de vicieuze cirkel van indexeringen van de huurprijs die mee nieuwe indexeringen veroorzaken. Slachtoffer is natuurlijk de verhuurder, die niet sneller rijk kan worden op kap van de verhuurder. Tja, dat appartement in Monaco moet dan maar wachten…

Jeroen De Meersman - lid ACOD Jongeren

terug